Sinterclash

Na mijn officiële aankomst
trok ik, al ben ik hoogbejaard,
met een noodgang over de A7
het land in met mijn trouwe paard.

Helaas, na twintig kilometer
kwam ik plotsklaps op mijn wegen,
al galopperend op de linker rijbaan
mijn ‘goede vriend’ de kerstman tegen.

Na hem te hebben uitgemaakt
voor rotte eieren en dito vis,
raakte ik met zijne Hoogheid
verzeild in onvervalst gekissebis.

“Mijn marktaandeel is lekker groter…”,
zei de kerstman in een wenk,
“…en mijn klanten krijgen twintig Air Miles
bij elk kado dat ik ze schenk!”

“Mijn feest is een traditie!”,
reageerde ik verhit,
“Het is oer-Hollandse gezelligheid,
niet van die Amerikaanse shit!”

Tijdens onze woordenstrijd
probeerden wij als gekken
met een verscheidenheid aan sudden moves
elkanders baard eraf te trekken.

“Jij hebt een slappe muts op!”
– “En jij een stomme mijter!”
“Jij komt mij te vaak in Thailand.”
– “En jij gaat constant naar de slijter.”

Na een minutenlange ruzie
over de zin van ons bestaan,
ben ik hem toen in al mijn woede
met mijn staf te lijf gegaan.

In het ziekenhuis vertelde men
dat het nog wel goed zou komen,
en dat ik hem met mijn geweld
geen vitale functies heb ontnomen.

Sindsdien gebruik ik, al klinkt het maf,
alleen nog maar een plastic staf,
zodat ik, als ik me eens laat gaan,
niemand uit het veld kan slaan.

Beoordeel deze column